Wie zijn wij Wat doen wij voor u Kandidaten Agenda Lid worden P.R. Links Actueel nieuws

2 Zorg, Gezondheid en Welzijn

Zorg, gezondheid en welzijn

Zelfredzaamheid en maatschappelijk actief zijn, wie is daar op tegen?
Veel mensen zijn hiertoe in staat en willen vanuit de eigen verantwoordelijkheid niet anders. Maar dat neemt niet weg dat er ook burgers zijn die om volwaardig aan de maatschappij te kunnen deelnemen (enige) ondersteuning nodig hebben.
Waar dat steuntje in de rug tot voor kort in hoge mate via individuele hulp of collectieve voorzieningen in hoofdzaak een taak was van de gemeente, wordt steeds meer een beroep gedaan op familie en buren om zich verantwoordelijk te stellen voor elkaar. Zo nodig met professionele ondersteuning.
Heeft zo’n beroep op de directe omgeving kans van slagen?
Immers, niet vergeten mag worden dat op mantelzorgers vaak al een zware taak rust en dat het dus anderen zijn op wie een beroep moet worden gedaan hun steentje bij te dragen.

Daarbij mag niet over het hoofd worden gezien dat het met name ouderen zijn die mantelzorg verlenen en via hun inzet vele maatschappelijke activiteiten mogelijk maken. Ouderenbeleid gaat veel verder dan ouderenzorg.


In Doorwerth start een proeftuin “Versterken van de buurtkracht”. Naar verwachting zullen vervolgens per wijk sociale gebiedsteams tot stand komen. Hierin zijn opgenomen buurtopbouw- en maatschappelijke werkers, ouderen- en jongerenwerkers, alsmede een wijkverpleegkundige en medewerkers van Sociale Zaken. Deze teams zullen waar nodig overleg plegen met huisartsen, verenigingen, scholen en kerken.
Hierdoor wordt een integrale aanpak van de hulpvragen mogelijk, de leefbaarheid verbeterd en de sociale aandacht voor en door mensen bevorderd.


In al onze dorpen komen in de komende twee à drie jaar sociale wijkteams tot stand.


De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) raakt bijna alle vlakken van onze samenleving. De wet draagt op maatwerk te leveren, uitgaande van de persoonskenmerken van de aanvrager, zijn behoeften alsmede zijn financiële capaciteit om te kosten zelf te dragen.
Maatwerk: Dit maakt een spoedige totstandkoming van de sociale wijkteams in samenwerking met andere netwerken extra urgent, evenals een kwalitatief hoge dienstverlening door het Zorgloket.


De hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld door “Den Haag” en van gemeentelijke beleidsruimte op dit gebied is nauwelijks sprake.


Zodra mogelijk is een gemeentelijk beleid met betrekking tot het heffen van eigen bijdragen uit rechtvaardigheidsoverwegingen, noodzakelijk.


De zeer forse bezuinigingen op de WMO-gelden dwingen tot een kritische toetsing van de aanvragen, dit om te waarborgen dat de voorzieningen terechtkomen bij hen die het echt nodig hebben.


Persoonsgebonden budgeten zijn gevoelig voor oneigenlijk gebruik en behoeven extra aandacht bij toekenning en controle.


De jeugdzorg wordt nog meer een verantwoordelijkheid van de gemeenten.
Tot nu toe betrof de taak van de gemeente veelal het afstemmen van de uitvoering tussen instellingen voor jeugdzorg of het stimuleren van samenwerking tussen het zorgloket en het centrum voor jeugd en gezin.
Hoe zinvol ook, dit volstaat niet meer in de toekomst. Een deel van de op te pakken problemen is zeer complex en heeft bij falen ernstige gevolgen.





In de praktijk van alle dag moet door de gemeente worden voorkomen dat jongeren, en in het bijzonder hen met een complexe problematiek, door gebrek aan bestuurlijke/ ambtelijke ervaring van noodzakelijke hulpverlening verstoken blijven.
Evenmin mogen financiële redenen hiertoe leiden.


Overigens geldt voor de jeugd als geheel dat, met inachtneming van de eerste verantwoordelijkheid van de ouders, de regie van de gemeenten niet alleen uitgeoefend moet worden indien er problemen zijn, maar dat een preventief en samenhangend beleid een eerste vereiste is.


Tenslotte het beschikbare WMO-budget tot 2018.

Voor de periode 2010-2014 geldt dat de WMO gelden volledig aan WMO doelen moeten worden besteed.

Ook voor de jaren 2014-2018 moeten de WMO gelden worden gestort in een afzonderlijk WMO fonds.


RZS vindt dat daarnaast in dit fonds éénmalig een extra bijdrage moet worden gestort.
Wat is namelijk het geval ?
De uitkering WMO die de gemeente ontvangt van het rijk, wordt vanaf 2007 in onze begrotingen vermeld onder de naam WMO-budget. Het is dit budget dat in de afgelopen jaren volledig beschikbaar was voor WMO bestedingen. Over de jaren 2008 tot en met 2011 betrof het in totaliteit een bedrag van bijna 16,5 miljoen euro.

Echter, naast dit WMO budget, in de begroting terug te vinden als “integratie WMO gelden”, keert het rijk via de algemene uitkering nog extra geld uit aan onze gemeente, gebaseerd op de voormalige WVG uitkering (Wet Voorziening Gehandicapten).

Deze extra geldstroom is niet geoormerkt, reden waarom men kan spreken over een beschikbaar doch “fictief” budget voor WVG voorzieningen.

Berekend is hoe hoog dit fictieve budget is. Over de genoemde jaren gaat het dan om een bedrag van ruim 10,5 miljoen euro. Dit bedrag werd maar voor een deel ( 7,4miljoen) uitgegeven aan WMO doeleinden. Over de jaren 2008 tot en met 2011 is er dus sprake van een onderbesteding van ruim 3,1 miljoen euro.
Deze onderbesteding heeft bijgedragen aan de toename van de algemene vrije reserve tot 10,1 miljoen euro.

Waar het in die jaren begrijpelijk was de onderbesteding van deze niet zichtbare oude WVG-gelden anders te gebruiken, er was immers voldoende integratie WMO-geld, ontstaat door de enorme kortingen van de rijksoverheid nu een geheel andere situatie.
Te weinig geld komt beschikbaar voor het WMO-domein en het minste is de pijn tot 2018 te verzachten via een oormerking van het deel van de algemene vrije reserve voor de WMO.


Drie Miljoen Euro van de algemene vrije reserve wordt bestemd voor een éénmalige storting in een WMO-fonds.





RZS heeft overleg gevoerd met de beweging “Ouderen Politiek Actief” en heeft het manifest ondertekend:
de 5 algemene uitgangspunten in dit manifest onderschrijven en ondersteunen wij:Leeftijdsdiscriminatie dient op alle fronten bestreden te worden.

Een evenwichtige vertegenwoordiging van alle leeftijdsgroepen in de politiek wordt actief nagestreefd en bevorderd.

Het actief overbruggen van de verschillen in opinie en levenshouding tussen ouderen en jongeren is een voorwaarde voor een gezonde samenleving.

Kennis en gezond verstand dienen als basis genomen te worden bij alle politieke beslissingen.Alle burgers, van welke leeftijd dan ook, dienen daarbij via burgerparticipatie een rol van betekenis te krijgen.