Wie zijn wij Wat doen wij voor u Kandidaten Agenda Lid worden P.R. Links Actueel nieuws

10 Bestuur en Gemeentelijke organisatie

Bestuur en gemeentelijke organisatie

In de komende jaren zal een nieuwe besturingsfilosofie gestalte krijgen. Woorden als regiefunctie, meer vertrouwen hebben in de burger en in een veel eerder stadium die burger betrekken bij de beleidsvoorbereiding, behoeven een vertaalslag in de praktijk.
Het voeren van de regie dwingt tot een hele precieze invulling. Immers, je kunt wel zeggen dat je een afgeslankte servicegerichte organisatie tot stand wilt brengen, maar dan zul je heel helder in het vizier moeten hebben wat je als gemeente zelf wilt doen en wat je wilt overlaten qua uitvoering aan derden, en dat laatste: onder welke condities.
Ook moet je je realiseren dat de invulling van de regiefunctie de relatie tussen het gemeentelijk bestuur en de organisatie richting Raad en Burger beïnvloedt. Zolang deze relatie niet transparant is, gaat ook de inspraak van de burger de mist in.

In de komende twee jaar zal de inhoud van de regiefunctie concreet moeten worden ingevuld.


Een tweede aspect van de beoogde regie is dat zowel het College van B&W als de gemeentelijke medewerkers kwalitatief in staat moeten zijn die regiefunctie uit te oefenen. Men zal niet alleen in staat moeten zijn opdrachten te formuleren aan derden, maar ook het niveau moeten hebben om te kunnen beoordelen of de opdrachten juist worden uitgevoerd. Dit is alles behalve vanzelfsprekend.

Deze kwaliteitsslag vormt een absolute voorwaarde voor een goed bestuur.


Het uitbesteden van uitvoeringstaken aan derden brengt kosten met zich mee. Nu bieden de uitkeringen vanuit het gemeentefonds wel ruimte voor uitvoeringskosten, maar niet in die mate dat én de uitvoeringskosten van derden én de kosten van een qua omvang ongewijzigde ambtelijke organisatie hieruit kunnen worden gefinancierd, zonder een aanzienlijke bezuiniging op andere taken.
In feite spreken we dan over het vraagstuk van de overheadkosten, een vraagstuk dat op dit moment nog niet is opgelost. Immers, op bescheiden schaal zijn taken reeds overgeheveld maar de overhead is bij de gemeente gebleven.
En bij de overheadkosten gaat het niet om een kleinigheid maar om tientallen procenten.

Een voorbeeld?

De directe kosten van de Griffie liggen in de orde van grootte van Euro 600.000. Na toerekening van de overhead is dit ongeveer 1 Miljoen Euro.

Producten als Sport of Begraafplaatsen laten bijvoorbeeld eveneens deze percentages of nog hogere zien.

Ter vermijding van misverstanden: het gaat niet om verspillingen maar collegeleden, stafmedewerkers en dergelijke moeten ook salaris ontvangen, gebouwen en apparatuur moeten ook betaald worden. En dit alles leidt tot hoge toerekenings- percentages of wel overheadkosten.


De doorvoering van de regiefunctie dient gepaard te gaan met een zeer drastische reductie van de overheadkosten.


Wat betekent dit?
* In de eerste plaats het stap voor stap terugbrengen van de omvang van de huidige ambtelijke organisatie tot het niveau passend bij de gekozen regiefunctie.
* In de tweede plaats moeten de kosten voor gebouwen, apparatuur enz. enz. teruggebracht worden tot het niveau dat past bij de beoogde omvang van de ambtelijke organisatie.


Bepleit RZS onvrijwillig ontslag van een gedeelte van onze ambtenaren?

Nee volstrekt niet.
Wel wil RZS dat een personeelsplan voor de middellange termijn wordt ontwikkeld, uitgaande van de beoogde regiefunctie, een plan dat het ook mogelijk maakt ambtenaren te transformeren of te brengen op het niveau dat vereist is om deze functie adequaat uit te oefenen.
Overigens: vrijkomende ruimte kan heel goed dienen om huisvesting of andere voorzieningen aan te bieden aan derden, zo mogelijk als onderdeel van de wijkgerichte opbouw.





Coalitie- en collegevorming.

Na 19 maart zullen partijen zich uitspreken welke onderwerpen naar hun oordeel opgenomen moeten worden in een coalitieakkoord en welke de politieke samenstelling van College in hun ogen gewenst is.
Het is niet onredelijk te veronderstellen dat een samenwerking van tenminste vier partijen nodig zal zijn om tot een volwaardig coalitieakkoord te komen, waarbij overigens de inspraak van de overige partijen de kwaliteit van dit akkoord zou kunnen verhogen.

Wat betreft het aantal wethouders in het College van B&W na maart 2014, is het risico aanwezig dat niet zo zeer het te verrichten pakket aan taken, maar het getal van de coalitiepartijen beslissend zal zijn.

RZS vindt dit een slechte zaak, omdat dit met zich mee kan brengen dat fulltime wethouders vervangen worden door parttimers. De praktijk leert dat bij parttime functies er wel kandidaten zijn voor het wethouderschap maar het zeer de vraag is of voldoende kwaliteit is gewaarborgd.

Wel geschikte kandidaten zullen vanwege de beloning voor een parttime functie alleen al om die reden kunnen afhaken.


RZS geeft de hoogste prioriteit aan het leveren van een bijdrage aan het coalitieakkoord 2014-2018. Hieraan wordt meer belang gehecht dan aan het leveren van een “eigen” wethouder.